Home Woongroepen Samen in Woongroep Tuinwijk: ‘Het is géén bejaardenhuis’

Samen in Woongroep Tuinwijk: ‘Het is géén bejaardenhuis’

door admin

“Als je niet uit je huis komt, dan kloppen ze wel even bij je aan om te kijken of het goed met je gaat.” Marleen van de Pol (59) voelt zich helemaal op haar plek in Woongroep Tuinwijk, onderdeel van complex Nieuw Bleyenburg in de buurt van het Griftpark. Op de wachtlijst van de 50+ woongroep is plek voor nieuwe belangstellenden. Op zaterdagmiddag 6 oktober houden ze een open huis. Wat is er nou zo bijzonder aan een woongroep? DUIC ging op bezoek in Tuinwijk.

Woongroepen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommige zijn gecentreerd rond een geloof, andere zijn 50+, zoals de woongroep in Tuinwijk. In een woongroep helpen de bewoners elkaar om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen; ze kijken naar elkaar om. Wanneer die zelfstandigheid niet meer mogelijk is, betekent dat vaak verhuizen naar een bejaarden- of verzorgingstehuis.

In een woongroep houden ze een oogje in het zeil

In een woongroep houden ze een oogje in het zeil. In Woongroep Tuinwijk zijn bijvoorbeeld in de afgelopen jaren een aantal bijzondere gebruiken ingeslopen. Zo is er een systeem om elkaar in de gaten te houden: “Voordat je naar bed gaat, zet je een lieveheersbeestje voor je raam. Het lieveheersbeestje is op een kaartje getekend. Als dat de volgende ochtend om 11.00 uur niet weg is, kan dat een reden zijn om even te gaan kijken of er iets aan de hand is”, legt Marianne Kok (69) uit. “Eén of twee mensen in de woongroep hebben je sleutel. Je kunt natuurlijk net zo goed overdag dood gaan, maar je ligt er nooit drie weken.” Marleen moet lachen om de nuchterheid waarmee Marianne dit zegt. “Als je een week even helemaal niemand wil zien, dan kan dat ook hoor. Mits je het lieveheersbeestje op tijd weghaalt elke ochtend.” Marianne vergat het wel eens: “Dan werd ik gebeld op mijn werk en was het: gelukkig, je leeft nog. Ze letten op je, maar niet op een bemoeizuchtige manier.”

‘De woongroep is een soort gezinsvervanging voor mij’

Een aantal bewoners zeggen dat ze de woongroep als hun laatste huis zien. Marianne ziet het anders. “Er kan nog van alles gebeuren. Ik voel me hier nu echt happy en zou ook niet weten waar ik anders zou willen wonen. Of die prins op het witte paard moet ineens langskomen. Dan misschien wel.” Marleen: “Ik heb bewust de keuze gemaakt om mijn huis te verkopen en hier te gaan wonen. En ik wil hier best graag negentig worden. Ik ben als een na jongste in een gezin met twaalf kinderen opgegroeid en ken dus de gezelligheid die leven in een grote groep met zich mee kan brengen. Eigenlijk is de woongroep een soort gezinsvervanging voor mij.”

In Woongroep Tuinwijk komt het, gezien de leeftijdsgroep, regelmatig voor dat er appartementen vrijkomen. Marleen woont sinds half april bij de woongroep en is één van de jongste bewoners. Hiervoor had ze een flat in Amsterdam, maar daar was ze niet op haar gemak: “Ik had weinig contact met de buren. Als je hier over de galerij loopt, ken je de mensen die je tegenkomt. Je groet elkaar en maakt een praatje als je daar zin in hebt. Dit geeft mij het gevoel dat ik ergens bij hoor en dat je wordt gezien.”

Clubjes

Marianne staat bij de deur. “Ik woon hier niet zelf hoor, maar kom verder!” Er komt veel licht binnen door de grote ramen en de balkondeur staat open. Het appartement van Marleen kijkt uit op de groene en goed onderhouden tuin van het complex. Op de houten tafel staan al een kopje koffie en glaasje water klaar. Op de bank zit ook Pleuntje, de bijna zeven maanden oude Cavalier King Charles-spaniël van Marleen, als onderdeel van het welkomstcomité. De twee dames zitten tegenover elkaar aan tafel. In februari bestond Woongroep Tuinwijk vijftien jaar. Marianne, bewoonster van het eerste uur, zegt resoluut: “Ik heb er geen minuut spijt van gehad.”

Ruimte voor eigen initiatief

De woongroep bestaat uit 25 driekamerappartementen, verspreid over drie etages. Woonzorg Nederland is de eigenaar van de woningen. In totaal zijn er 28 bewoners: drie echtparen en 22 alleengaanden. Naast hun eigen woning huren ze een gemeenschappelijke ruimte. Hier vinden wekelijks activiteiten plaats. Zo noemt Marleen de koffieochtend en diners. “Verder is er één keer per maand een buitenactiviteit. Deze maand wordt er een kunstfietstocht georganiseerd.” En alle bewoners worden elke twee maanden persoonlijk uitgenodigd voor een gezamenlijke activiteit. “Er is voor elk wat wils”, vult Marianne aan. “Hou je van spelletjes, dan is daar een clubje voor. Maar er is ook een leesclubje. En de poëzieclub is ook toegankelijk voor mensen van buitenaf. Op het zangkoortje zit van alles wat. Dat is ook wel weer heel leuk. Maar uiteindelijk mengen de clubjes zich altijd weer. Er is ruimte voor eigen initiatief en er zijn altijd liefhebbers die mee willen naar de film of een concert.”

Geborgenheid

De twee vinden het jammer dat er vooroordelen bestaan over woongroepen. Marianne: “Als je zegt dat je in een woongroep woont, is de reactie meestal: o, je zit in een bejaardenhuis. Mensen snapten niet dat ik hier ging wonen, maar het geeft een geborgen gevoel. Ik denk dat ik de rest van mijn leven toch alleen blijf. Die geborgenheid vind je dan bij je medebewoners. Het is gewoon goed toeven hier. En het is zeker géén bejaardenhuis. Je moet er wel wat van maken natuurlijk: als je in elkaar zakt en geen zin hebt om ergens aan mee te doen, dan is het minder gezellig.” Marleen heeft laatst nog de gemiddelde leeftijd uitgerekend. “In ieder geval onder de zeventig, maar het gaat naar beneden. We willen juist graag jongere mensen in onze groep om tot een beter evenwicht te komen.”

De afgelopen periode is een aantal appartementen vrijgekomen. Dit was kortgeleden ook het geval. Voor Ad van Moorselaar (54) betekent dit dat hij zich sinds kort de jongste bewoner kan noemen. Vanwege fysieke klachten kan hij niet meer werken en moest hij verhuizen. “Ik ben de benjamin zeggen ze”, hij zit op zijn bank tussen de verhuisdozen. “Eerder zag ik mijn buren nooit. Hier misschien soms iets té veel”, hij lacht. “Er wordt hier gewoon iets aan je gevraagd en wél goedemorgen tegen je gezegd. Dat heeft voor mij de doorslag gegeven. Ik heb mijn eigen leven en zie de woongroep als een welkome aanvulling daarop.”

Bron: https://www.duic.nl/algemeen/samen-woongroep-tuinwijk-het-geen-bejaardenhuis/

related posts

UA-135702663-1